Kladdkaka: Zweedse chocoladetaart

De kladdkaka bevat geen bakpoeder en gaat expres te kort de oven in: daarom rijst hij niet, wordt hij niet luchtig en blijft het midden dicht en vochtig — dichter bij een zachte brownie dan bij een cake. In Zweden is het dé fika-taart. Kaka betekent daar gewoon «taart» — het zit ook in sockerkaka — en tegelijk «reep»: een chokladkaka is geen chocoladetaart maar een reep chocola. Hij wordt in één kom gemaakt, zonder mixer, en moet afkoelen voor je hem aansnijdt.
Ingrediënten
- 100 g boter, plus wat extra voor de vorm
- Paneermeel voor de vorm
- 2 eieren
- 210 g suiker
- 3 el cacaopoeder
- 1 tl vanille-extract
- 90 g bloem
- 1 snuf zout
- Poedersuiker om te bestuiven
- 200 ml slagroom, om te serveren
- Verse rode vruchten, om te serveren
Bereiding
Verwarm de oven voor op 200 °C. Vet een springvorm van 24 cm in en bestuif hem met paneermeel in plaats van bloem: het vochtige kruim laat beter los van een korrelige laag.
Smelt de boter en laat hem lauw worden. Te heet gaart hij de eieren.
Klop de eieren met de suiker met de hand, met een garde, alleen tot alles is opgenomen. Dit is de bepalende stap: een mixer slaat lucht erin, en lucht maakt van het beslag een cake. Volume is hier niet het doel.
Meng apart de cacao, de bloem en het zout en spatel dat door het eimengsel.
Roer de lauwe boter en de vanille erdoor tot het beslag glad en glanzend is. Het lijkt weinig voor de vorm — dat klopt, de taart is laag.
Giet in de vorm en strijk de bovenkant glad.
Bak 10 tot 15 minuten. Hier beslis je de textuur: na 10 minuten is het midden bijna vloeibaar, na 15 is het dicht maar snijdbaar. De randen moeten stevig zijn en het midden nog wiebelen. De satéprikker geldt niet — komt hij schoon uit, dan is hij te lang gebakken.
Haal hem eruit en laat hem in de vorm afkoelen. Bij het afkoelen zet het midden zich; warm aangesneden valt hij uiteen.
Bestuif met poedersuiker en serveer met ongezoete slagroom en rode vruchten. De room is geen decoratie: de taart is intens en het koude vet brengt balans.