Oliebollen met rozijnen voor oud en nieuw

Oliebollen bak je op 31 december, en het verschil tussen een goede en een zware zit niet in het recept maar in de temperatuur van de olie. Met de twee dingen die het resultaat bepalen: het beslag is een dik beslag en wordt niet gekneed, en de olie moet op 175 °C — heter verbrandt de buitenkant en blijft het midden rauw, kouder zuigen ze zich vol vet.
Ingrediënten
- 500 g bloem
- 350 ml lauwe melk
- 2 eieren
- 7 g gedroogde gist (of 20 g verse)
- 1 el suiker
- 1 tl zout
- 150 g rozijnen
- 1 zure appel in kleine blokjes (optioneel, maar traditioneel)
- Neutrale olie om te frituren, ruim
- Om te serveren: poedersuiker
Bereiding
Week de rozijnen 15 minuten in lauw water en laat goed uitlekken. Droog onttrekken ze vocht aan het beslag en blijven ze hard.
Los de gist en de suiker op in de lauwe melk en laat 10 minuten schuimen.
Meng de bloem met het zout, voeg de eieren en de gistmelk toe en roer met een houten lepel tot een dik, plakkerig beslag. Je kneedt niet en je rolt niet uit: dit is beslag, dichter bij cake dan bij brood.
Schep de rozijnen en de appel erdoor. Laat afgedekt 1 uur rijzen op een warme plek, tot het verdubbeld is en vol bellen zit.
Verhit de olie tot 175 °C. Zonder thermometer: een klein stukje beslag moet in twee seconden bovenkomen en in anderhalve minuut kleuren.
Schep porties met twee in water gedoopte lepels —zo laat het beslag vanzelf los— en laat ze in de olie glijden zonder ze plat te drukken.
Frituur 6 tot 8 stuks tegelijk, 6 tot 8 minuten, en keer ze zodra één kant bruin is. Zit de pan te vol, dan zakt de olietemperatuur en zuigen ze vet op.
Laat uitlekken op keukenpapier. Bak de eerste alleen en snijd hem open: is het midden rauw, zet dan het vuur lager en frituur langer voor je verdergaat.
Bestrooi pas vlak voor het serveren met poedersuiker en eet ze lauw.