Pittige vistaartjes met blauwe kaas

Kleine gedekte pasteitjes met een romige vulling van witvis, blauwe kaas, spek en chili — een combinatie die vreemd klinkt en werkt, omdat de stevige kaas de milde vis draagt.
De blauwe kaas wordt apart met de room gesmolten en pas daarna door de vulling geroerd. Rechtstreeks in de pan zou hij op hoog vuur schiften en de vulling vettig maken.
En de gaatjes in het deksel zijn geen versiering: zonder die gaatjes blaast de stoom het deeg open.
De vis gaat rauw de oven in, dus laat je niet verleiden om de baktijd te bekorten: het deeg mag goudbruin en krokant zijn, maar de vis erin moet ook gaar worden.
Ingrediënten
- 500 g kruimeldeeg of bladerdeeg
- 750 g witvisfilet (kabeljauw, koolvis), in stukken
- 200 g blauwe kaas
- 200 ml slagroom
- 150 g gerookt spek, in reepjes
- 2 uien, in halve ringen
- 250 g champignons, gevierendeeld
- 2 tenen knoflook, gehakt
- 1 rode chilipeper, gehakt (of een snuf chilivlokken)
- 1 ei om te bestrijken
- Olijfolie, zout en peper
Bereiding
Bak het spek in een pan met olijfolie aan. Doe de ui, de champignons, de knoflook en de chili erbij en gaar alles 4 minuten. Roer de stukken vis erdoor en zet de pan opzij.
Smelt in een klein pannetje de blauwe kaas met de room op de laagste stand tot een dikke, gladde saus. Spatel die door het vismengsel.
Bekleed 6 vormpjes (muffin- of taartvormpjes) met het deeg. Verdeel de vulling erover, sluit de vormpjes af met een deksel van deeg en prik daar kleine gaatjes in, zodat de stoom eruit kan.
Bestrijk de deksels met losgeklopt ei en bak de pasteitjes 25 tot 30 minuten op 180 °C, tot het deeg goudbruin en krokant is en de vulling borrelt.