Guacamole

Guacamole van vijf ingrediënten, zoals hij op een borrelplank hoort: rijpe avocado, ui, paprika, koriander en limoen.
Twee dingen beslissen. De avocado moet rijp zijn — hij geeft mee bij lichte duimdruk bij het steeltje; een harde laat zich niet pletten en smaakt nergens naar. En het citrussap is niet alleen smaak: het zuur vertraagt het bruin worden, en daarom gaat het er meteen bij en niet pas op het eind.
Op diezelfde plank passen de krokante kaas-ricottastengels.
Ingrediënten
- 2 rijpe avocado's
- 1/2 ui, fijngesnipperd
- 1/4 rode paprika, fijngesneden
- Verse koriander
- Sap van limoen of citroen
- Zout naar smaak
Bereiding
Halveer de avocado's, verwijder de pit en plet het vruchtvlees met een vork tot een puree. Laat het voor een rustieke guacamole grof — niet pureren in de blender.
Schep de gesnipperde ui, de paprika en het citrussap erdoor. Dat sap gaat er meteen bij: het houdt de kleur.
Breng op smaak met zout en roer de gehakte koriander erdoor. Dek de guacamole tot het serveren af met vershoudfolie rechtstreeks op het oppervlak — het is de lucht die hem bruin maakt.