Muntgelei

Een appelgelei met munt, anders dan elke gekochte — en zonder geleisuiker: de binding komt uit de pectine van de appels zelf, en daarom worden ze met schil en klokhuis gekookt. Juist daar zit het meeste van.
Daarom heeft het recept ook geen vaste hoeveelheid suiker: eerst wordt het sap gewonnen en gemeten, dan gaat er suiker bij in de verhouding 700 g per liter. Hoeveel sap twee kilo appels geven, hangt van de appels af.
Hij past bij lam, bij kaas en — zoals het origineel het bedoelt — bij pannenkoeken.
Ingrediënten
- 2 kg groene appels
- Suiker (700 g per liter gewonnen sap)
- Citroensap
- Verse muntblaadjes
Bereiding
Snijd de appels klein en doe ze met schil en klokhuis in een pan — daar zit de pectine die later geleert.
Voeg het dubbele volume water toe en zet de pan op het vuur.
Kook tot de appels uit elkaar gevallen zijn en het vocht tot de helft is ingekookt.
Haal de pan van het vuur, dek hem af en laat alles een nacht in de koelkast trekken.
Passeer het geheel door een zeef om het sap te winnen. Niet doorduwen: wat je erdoorheen perst, maakt de gelei troebel.
Breng het sap aan de kook en laat het 10 minuten doorkoken.
Meet het sap af en voeg 700 g suiker per liter toe.
Doe allebei in de pan en voeg het citroensap en de muntblaadjes toe.
Kook door tot de geleiproef lukt — een druppel op een koud bordje rimpelt als je hem aanduwt, in plaats van weg te lopen. Haal de muntblaadjes eruit en vul er heet gesteriliseerde potjes mee.