Deeg voor Arabische deegpakketjes

Het basisdeeg voor fatayer en lahmacun, zoals de Syrisch-Libanese immigratie het naar Noord-Argentinië bracht. Het is de basis van drie recepten hier: met snijbiet en ricotta, met kaas en munt en met vlees. Ken je lahmacun van de Turkse bakker als «Turkse pizza», dan gaat het om ditzelfde deeg.
Het bijzondere zit in het vocht: half water, half melk. De melk maakt het deeg zachter en soepeler dan water alleen zou doen, en laat het in de oven sneller bruinen.
Eén handeling die vaak wordt overgeslagen: het zout gaat langs de rand van het meel, niet op de gist. Direct contact onttrekt vocht aan de gist en remt haar af.
Ingrediënten
- 1 kg bloem
- 20 g verse gist
- 1 afgestreken el zout
- 4 el olijfolie
- 300 ml water
- 300 ml melk
Bereiding
Maak van de bloem een krater en doe de gist in het midden. Strooi het zout langs de buitenrand, zodat het de gist niet rechtstreeks raakt.
Voeg het water, de melk en de olie beetje bij beetje toe en werk ze van het midden naar buiten toe erdoor.
Kneed alles 10 minuten stevig, tot er een glad, elastisch en gelijkmatig deeg ontstaat.
Leg het in een ingevette kom, dek het af met een vochtige doek en laat het op een warme plek 1 uur rijzen, tot het volume verdubbeld is.
Sla het deeg door door er zachtjes op te drukken.
Steek er bollen van 30 tot 35 g af (dat geeft ongeveer 30 tot 35 stuks).
Rol elke bol met de deegroller uit tot rondjes van 1 tot 2 mm dik.
Laat de rondjes 20 minuten ontspannen op een met bloem bestoven bakplaat voordat je gaat vullen. Zonder die pauze trekt het deeg tijdens het beleggen weer samen.