Barbecuespareribs uit de oven

De eerste stap is degene die bijna iedereen overslaat: trek het zilvervlies van de botkant af. Dat is taai, laat kruiden noch vocht door, en zolang het erop zit wordt het vlees nooit echt mals.
Daarna is het eenvoudig. De ribben garen twee uur strak in aluminiumfolie gewikkeld — in hun eigen stoom, daarom laten ze op het eind van het bot los — en krijgen pas helemaal aan het slot op hoge hitte hun glanzende laklaag.
De saus gaat er echt pas op het eind op. Er zit veel suiker in; van begin af aan aangebracht zou hij na twee uur zwart en bitter zijn.
Daarnaast heb je nodig: aluminiumfolie.
Ingrediënten
- 1 streng varkensribben (ca. 1 tot 1,2 kg)
- 2 el bruine suiker (voor de rub)
- 1 tl gerookt paprikapoeder (voor de rub)
- 1 tl zout (voor de rub)
- 1/2 tl knoflookpoeder (voor de rub)
- 1/2 tl uienpoeder (voor de rub)
- 200 ml barbecuesaus, gekocht of zelfgemaakt
Bereiding
Voorbereiden: trek het dunne zilvervlies van de botkant af — dat houdt kruiden tegen en blijft bij het garen taai. Til het aan de rand op met een mes, pak het met keukenpapier vast en trek het er in één stuk af. Dep het vlees daarna droog.
Rub: meng de bruine suiker, het gerookte paprikapoeder, het zout, het knoflook- en het uienpoeder en wrijf dat mengsel royaal aan beide kanten in.
Langzaam garen: wikkel de streng in twee lagen aluminiumfolie en sluit de randen goed, zodat er geen stoom ontsnapt. Gaar 2 uur op 160 °C. Het vlees trekt daarbij in zijn eigen sap.
Lakken: haal de ribben eruit, open de folie voorzichtig (pas op, hete stoom) en bestrijk beide kanten dik met barbecuesaus. Bak ze open nog 15 tot 20 minuten op 200 °C en bestrijk ze daarbij elke 5 minuten opnieuw, tot er een glanzende, gekarameliseerde laag ontstaat.
Laten rusten: laat de ribben 10 minuten rusten voordat je ze verdeelt, zodat het sap zich verdeelt en de laklaag opstijft.