Tarte tatin met appels

De tarte tatin is de taart die ondersteboven wordt gebakken: de appels karamelliseren onderin de pan, het bladerdeeg dekt ze toe, en aan het eind stort je het geheel op een bord.
Twee dingen zijn bepalend. Zure, stevige appels — Goudreinet, Elstar of Granny Smith; een melige soort wordt moes. En de pan moet tot de rand vol liggen: appels verliezen bij het garen flink aan volume, en wat er nu naadloos uitziet heeft na het bakken precies de goede dichtheid.
Ingrediënten
- 6 tot 8 zure appels (Goudreinet, Elstar of Granny Smith), geschild en in achten gesneden
- 150 g witte suiker
- 80 g koude boter, in blokjes
- 1 rol bladerdeeg van goede kwaliteit
- Naar wens: een snuf gemalen kaneel
Bereiding
Karamel (de kritische stap): verdeel de suiker over een ovenvaste gietijzeren pan. Laat hem op middelhoog vuur smelten tot hij amberkleurig is — niet donkerder, anders wordt hij bitter. Haal de pan van het vuur, voeg de blokjes boter toe en roer snel door tot alles emulgeert.
Appels schikken: schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in 8 gelijke partjes. Zet ze dicht tegen elkaar op de karamel, rechtop op de platte kant of waaiervormig. Er mogen geen gaten blijven — de appels zakken bij het garen flink in. Gaar ze ongeveer 10 minuten op laag vuur, zodat ze zacht worden en de karamel opnemen.
Afdekken: bedek de appels met het bladerdeeg en vouw de randen naar binnen, alsof je de taart instopt. Prik het midden in met een mes, zodat de stoom kan ontsnappen.
Bakken: bak 20 tot 25 minuten op 200 °C, tot het bladerdeeg goudbruin en knapperig is.
Storten: haal de pan uit de oven en wacht maar 2 minuten. Leg een groot bord op de pan en keer het geheel met één stevige, besliste beweging om. Pas op met de hete karamel. Wacht je langer, dan plakt de karamel vast.